IJzerbedevaart
Museum
Ten Vrede
Nieuwsberichten
Tentoonstellingen
Activiteiten
Dagboek van een Toren
Artikelen
Forum
Poëzie
Nieuwsbrieven
Reservaties
Lespakketten
FR | EN | DE |

Forum

Beste lezer,


Graag ontvingen we uw reacties op onderstaande teksten op info@ijzertoren.org


Dank bij voorbaat.



 

De bourgeois Crols herinnert terecht aan de miserietoestanden die in de zuidelijke Nederlanden bestonden in de decennia volgend op het ontstaan van de Belgische staat. Hij zwijgt echter zedig over wat en wie er aan de oorsprong van deze miserie lag: de hongerlonen uitbetaald door de fabriekseigenaars, de industriële 'revolutie' die de tienduizenden thuiswerkende wevers ruïneerde en ervoor zorgde dat ook in andere sectoren duizenden arbeiders hun job verloren. Met andere woorden hetzelfde systeem van technologische vernieuwing gecombineerd met economische exploitatie, kapitalisme geheten, dat nu nog exact dezelfde practijken toepast en ervoor zorgt dat één miljard mensen op deze planeet dagelijks honger lijden.
Hij zwijgt vanzelfsprekend ook over wat ervoor zorgde dat er aan deze ongebreidelde uitbuiting in onze gewesten limieten gesteld werden: de combinatie van effectieve klassenstrijd door middel van vakbonden en het ontstaan van partijen die opkwamen voor algemeen stemrecht enerzijds, en een verhoging van de uitbuiting op wereldschaal door een vernieuwde kolonisatiegolf die er voor zorgde dat ondanks een blijvende verhouding van uitbuiting er in de westerse wereld nog genoeg van de tafels van de kapitalisten viel om de arbeidende bevolking in relatieve welvaart te laten leven.
Natuurlijk heeft Crols gelijk als hij stelt dat wij iets van de Derde Wereld kunnen leren. De "Congolezen" hebben hun onafhankelijkheid niet gekregen, ze hebben ze genomen. In tegenstelling tot waar Crols voor pleit hebben ze er hun hoofdstad echter niet voor afgegeven omdat daar exclusief blanke wijken voor kolonialen waren. Ze hebben deze kolonialen de keus gegeven: meewerken aan de opbouw van het onafhankelijke Congo of vertrekken. Hetzelfde is in talloze andere kolonies gebeurd. De Algerijnen hebben Algiers niet afgegeven als Franse enclave in Algerije maar de pied-noirs op de boot richting Nice gezet. Er is dus absoluut geen enkele reden waarom wij met wie dan ook over Brussel zouden onderhandelen.
De Gouden Eeuw die Crols verlangd is er één zonder vakbonden, waar arbeiders tot hun 70e moeten werken, waar de staat systematisch de verliezen van de kapitalisten opvangt, waar de openbare diensten minimaal zijn, waar de verhouding tussen de inkomsten van de armsten en die van de rijksten niet 1-150 is maar 1-750, waar 1/4 van de bevolking permanent tot het sub-proletariaat behoord.
De Gouden Eeuw waar wij voor vechten is er één waar alle essentiële nutsvoorzieningen collectief zijn, waar de politiek de economische activiteit ten dienste stelt van het collectieve welzijn, waar het spanningsveld tussen het inkomen van de armsten en de rijksten herleid wordt tot 1-40, waar echte inspanningen geleverd worden om tot sociale cohesie te komen.
 
J.B.

 


(Nog geen posts gevonden)


Volgens BART MADDENS is dé vaststelling van deze verkiezingen de recordscore van de Vlaams-nationale partijen. 'En de grote vraag is op welke maatschappelijke golf N-VA vandaag kan surfen om de dominante Vlaams-nationale formatie te worden.'

Het zou wel eens kunnen dat het succes van N-VA eerder het resultaat is van een
gelukkige samenloop van omstandigheden.

Over de verkiezingen is ondertussen al vreselijk veel gezegd en geschreven. Maar om het belangrijkste resultaat loopt men meestal in een wijde boog heen. En dat is natuurlijk de absolute recordscore van de Vlaams-nationale partijen. Vlaams Belang (15,3 procent) en N-VA (13,1 procent) halen samen 28,4 procent. Nog nooit hebben de partijen van de Vlaams-nationale 'familie' zoveel Vlaamse kiezers kunnen bekoren. Het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) haalde op zijn hoogtepunt in 1939 slechts 15 procent. De Volksunie piekte in 1971 met 18,8 procent en in 2004 bereikte het Vlaams Belang 24,1 procent. Als we vandaag ook de stemmen voor SLP (1,1 procent) en LDD (7,6 procent) meetellen, dan komen we zelfs aan een nooit geziene monsterscore van 37,1 procent voor uitgesproken Flamingantische partijen.

Wie de electorale evolutie in Vlaanderen sinds de Eerste Wereldoorlog vanuit een helikopterperspectief overschouwt, ziet één dominante tendens: een gestadige opgang van de Vlaams-nationale partijen. Die opgang wordt wel onderbroken door de Tweede Wereldoorlog en herneemt pas vanaf het begin jaren zestig. Maar als we de jaren veertig en vijftig even tussen haakjes plaatsen, tekent zich een bijna lineaire stijging af: verkiezing na verkiezing halen de Flamingantische partijen meer stemmen. Er is enkel een dipje na de Egmontperiode, toen het Vlaams Blok te marginaal was om het verlies van de Volksunie te compenseren.

Nu weet ik ook wel dat het niet evident is om de stemmen van die Vlaams-nationale partijen zomaar met elkaar op te tellen. Uiteindelijk gaat hier om partijen met een drastisch verschillende maatschappijvisie, zoals ten overvloede en terecht is beklemtoond in de commentaren op de verkiezingsuitslag. Maar paradoxaal genoeg is precies die ideologische diversiteit een van de sleutels tot het Vlaams-nationale succes.

Het Vlaams-nationalisme kun je zien als een ideologische kameleon die zich steeds opnieuw aanpast aan het heersende opinieklimaat. De Frontpartij kon vanaf 1919 voet aan de grond krijgen in het Parlement door met een progressief programma in te spelen op het revolutionaire klimaat na de Eerste Wereldoorlog. Maar vanaf het einde van de jaren twintig vervelt het Vlaams-nationalisme snel tot een Nieuwe Orde-beweging en kan het VNV groeien door te appelleren aan de rechtse en antidemocratische tijdsgeest van de jaren dertig. Als de Volksunie vanaf de tweede helft van de jaren zestig weer kan aanknopen bij de hoge scores van het vooroorlogse VNV, dan komt dat vooral omdat die partij surft op de golf van de contestatiebeweging. Door de Vlaamse eisen te koppelen aan een aantal nieuwe maatschappelijke thema's (milieu, vrouwenrechten, ontzuiling, basisdemocratie) slaagt de Volksunie erin om veel jongere kiezers weg te lokken van de CVP. Dit progressieve elan dooft geleidelijk uit in de jaren zeventig. De partij bijt zich meer en meer vast in de institutionele problematiek en komt in een neerwaartse electorale spiraal terecht.

De meningsverschillen over de ideologische lijn en de communautaire strategie escaleren in de jaren negentig, tot de Volksunie in 2001 uiteindelijk uit elkaar spat. Maar intussen is de Vlaams-nationale fakkel al overgenomen door het Vlaams Blok dat met zijn radicaal antimigrantendiscours een nieuwe rechtse maatschappelijke onderstroom kan aanboren. De partij slaat daarmee een bres in het electoraat van de socialisten. Die arbeiders stemden niet voor het Vlaams Blok uit Vlaamsgezindheid. Maar anderzijds is het wel zo dat het Vlaams Blok, net zoals het Vlaams Belang nu, altijd is blijven hameren op de Vlaamse onafhankelijkheid. Daardoor heeft de partij een 'vervlaamsend' effect gehad op een groep die traditioneel weinig affiniteit had met de Vlaamse Beweging. Kiezers die aanvankelijk om totaal andere redenen Vlaams Blok stemden, zijn zich gaandeweg gaan vereenzelvigen met het Vlaams-nationale gedachtegoed van die partij. Net zoals een aantal kiezers van de mei 68-generatie Vlaamsgezind geworden zijn door zich met de rebelse Volksunie te identificeren.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe het eclatante succes van N-VA en de nederlaag van Vlaams Belang passen in dit plaatje van een zich voortdurend metamorfoserend Vlaams-nationalisme. Misschien herhaalt de geschiedenis zich en zal Vlaams Belang geleidelijk worden verdrongen door N-VA, net zoals de Volksunie destijds werd weggeduwd door het Vlaams Blok, en de Frontpartij door het VNV. In veel commentaren op de verkiezingsuitslag klonk inderdaad de hoop door dat de meer 'humanitaire' variant van het Vlaams-nationalisme opnieuw dominant zal worden.

Toch zijn er ook een aantal redenen om daaraan te twijfelen. Het succes van uiterst-rechtse partijen in het buitenland doet vermoeden dat een hard antimigrantendiscours electoraal rendabel blijft. Tot nader order heeft het Vlaams Belang daarop het monopolie, temeer omdat het momentum van Jean-Marie Dedecker voorbij lijkt. Maar de grote vraag is op welke maatschappelijke golf N-VA vandaag kan surfen om de dominante Vlaams-nationale formatie te worden. Want als de geschiedenis één ding leert, dan is het wel dat een Vlaams-nationale partij enkel min of meer duurzaam kan groeien als ze de Vlaamse eisen inbedt in een sterk (rechts of links) maatschappelijk verhaal, dat goed aansluit bij de heersende tijdsgeest.

N-VA heeft een vrij coherent programma en is zeker niet de ideologische krabbenmand die de Volksunie op het einde was. Maar hoeveel kiezers zouden er daarom voor N-VA hebben gestemd? Het zou wel eens kunnen dat het succes van N-VA eerder het resultaat is van een gelukkige samenloop van omstandigheden, en dus niet de voorbode van een nieuwe structurele verandering binnen het Vlaams-nationalisme. Naast het De Wever-effect speelde vermoedelijk ook een 'regionalistisch' effect, in die zin dat nogal wat kiezers de reflex hebben om bij de Vlaamse verkiezingen voor de meest 'Vlaamse' partij te stemmen. In 2004 heeft het Vlaams Belang die bonus kunnen opstrijken, dit keer was dat wellicht N-VA. Dit zou dan betekenen dat het voor N-VA extra moeilijk zal worden om die hoge score te handhaven bij de federale verkiezingen.

Maar de geschiedenis leert ook dat het Vlaams-nationalisme altijd een bijzonder grillig en onvoorspelbaar parcours heeft afgelegd, en dat zal in de toekomst wel zo blijven. De enige constante is dat die stroming, in een voortdurend wisselende ideologische gedaante, steeds sterker wordt. Het resultaat is dat de drie traditionele partijen vandaag enkel nog om het Vlaams-nationalisme heen kunnen door samen front te vormen in een klassieke tripartite. En daarmee effenen ze meteen ook de weg naar een nieuw Vlaams-nationaal succes bij de volgende verkiezingen. Nog even en de 50 procent komt in zicht.

Bart Maddens is politicoloog aan de KU Leuven.

De Standaard – 10-06-2009


Aantal berichten: 1



Vanaf het begin van de menselijke geschiedenis leefden mensen al samen in groep. Deze groep was een noodzaak om te kunnen overleven in een niet altijd veilige wereld. Later werden gewoontes, gebruiken en taal een middel om grotere groepen te vormen… volkeren ontstaan.

 

Doorheen de eeuwen ontstonden sterke grote groepen die andere volkeren overheersten en uitmondden in machtige staten met een gecentraliseerd machtsapparaat. Onderlinge strijd, veroveringspolitiek, kolonialisme en imperialisme verzwakten de kracht en betekenis van het principe volkeren.

 

In de 19de eeuw veroorzaakte de romantiek een nieuwe golf van volksnationalisme. Men greep gretig terug in het arsenaal van historische feiten en mythes om het idee van het volk met een eigen cultuur en eigenheid te promoten. Dankzij deze filosofie of propagandavoering slaagde men er in het groepsgevoel te verhogen tot voordeel van ieder individu in deze groep.

 

Dit noemt men ook het pro-discours. Tussen dit pro-discours – namelijk het groepsgevoel inzetten en uitbuiten om een groep, een volk te stimuleren - en ditzelfde groepsgevoel inzetten om anderen te stigmatiseren, te discrimineren en in extreme gevallen te gaan uitmoorden of het anti-discours, grenst een heel dunne scheidslijn. In de geschiedenis van de mensheid zijn zeker meer voorbeelden te vinden van een pro-discours dat verandert/evolueert naar een anti-discours dan vice versa.

 

De nog steeds krachtige emotie van het groepsgevoel wordt nog steeds aangewend door politici, belangengroepen en propagandamachines om macht te verwerven.

 

De meest in het oog lopende conflicten zijn nog steeds de “volkerenconflicten”. Met gebruikt het anders zijn in taal, gebruiken, religie en/of cultuur om tegenstelling te creëren. Door een gebrek aan inzicht, onderwijs of intelligentie is het gevoel om te behoren tot de mensheid, een verzameling van 6 miljard individuen, te abstract.

 

Anderzijds is de verscheidenheid aan culturen ook een verrijking van het maatschappelijk bestel. Dankzij de constante interactie ontstaan er ook nieuwe inzichten, wordt er gediscussieerd en heeft men een klankbord en een reflectiekader. Dankzij deze culturenmix leven we ook in een evoluerende maatschappij.

 

De thematiek ‘Volkeren’ (conflicten, maar ook vormen van samenwerking) zal nadrukkelijk aanwezig zijn op de 8ste editie van Festival Ten Vrede.

 

We nodigen een aantal artiesten uit uit gebieden waar deze volkerenthematiek de laatste jaren sterk speelde (Noord-Ierland, Québec, Rwanda , Kongo e.a.). Via vraaggesprekken met die artiesten proberen wij de problematiek ter plaatse te duiden aan de aanwezigen. Natuurlijk blijft de muziek het belangrijkste. Wij geven deze groepen de kans om op Ten Vrede aan iedereen te tonen dat musiceren inderdaad de verschillende volkeren kan samenbrengen.

 

Zo is er het samen musiceren tussen de Berber-groep ‘Abdelli’ enerzijds en de Brusselse zangeres Dani Klein (Vaja Con Dios) anderzijds, de Nederlandse zanger Thé Lau met de Portugese Fado-zangeres Maria de Fátima. Zo toont onze eigen Clouseau met videobeelden op grootscherm hun engagement voor een betere wereld, enz. Alles hierover op www.tenvrede.be.

 

Een ander heel merkwaardig én tezelfdertijd uniek voorbeeld maakt het nog wat duidelijker. Voor de eerste keer in de geschiedenis zullen de DRIE belangrijkste strijdende partijen uit Noord-Ierland samen musiceren als teken van erkenning tegenover elkaar. Dit wordt een mijlpaal voor de Noord–Ierse geschiedenis. Wij hopen dan ook dat iedereen deze boodschap zal aanhoren.


Aantal berichten: 2



powered by Curious.be design by FlockDesign.be